De op 13 mei 1960 in Alkmaar geboren Arno Vermeulen trad eind 2003 in zijn huidige functie aan bij de NOS. Als chef voetbal en commentator van Studio Sport liet hij zijn licht schijnen over honderden wedstrijden, varierend van een degradatiekraker in Almelo tot een adembenemend voetbalgevecht in pak ‘m beet het Maracana-stadion. Tegelijkertijd diende hij een afdeling met zo’n 25 mensen op koers te houden. “In die hoedanigheid ontkom je niet aan het voeren van moeilijke gesprekken, maar ik durf te zeggen dat er in 23 jaar geen grote problemen zijn geweest. Ik ben goed met mensen, dat scheelt.”
Dat Arno in dienst zou treden bij Studio Sport – of zelfs in de sportverslaggeving zou belanden – lag ruim veertig jaar net zomin in de lijn der verwachtingen als dat Kaapverdië erin zou slagen de WK-finalisten anderhalf uur in bedwang te houden. “Tijdens de studie op de School voor de Journalistiek kon je drie maanden stagelopen bij een tv-programma. Ik wilde wel naar Den Haag Vandaag of Panoramiek, die kant had ook echt mijn belangstelling. Op de een of andere manier lukte dat niet. Toen zei Bob de Ronde, mijn toenmalige docent: ‘Jij hebt toch ook wel wat met sport?’ Dat was zeker het geval. Hij ging informeren of er een plaatsje was bij Studio Sport. Daar hadden ze nog nooit een stagiair gehad, maar ik bleek welkom.”
Slechte sfeer
Arno viel echter niet met zijn neus in de boter. “Na drie maanden wist ik het zeker: dáár ga ik dus nooit werken! Er hing destijds een slechte sfeer. Er was sprake van groepsvorming, mensen wilden niet met elkaar lunchen en er werd geroddeld. Ik weet nog dat ik een kritisch stageverslag heb geschreven waar ze bij de NOS niet echt blij mee waren.”
Het was echter wel het begin van een schitterende tijd in de sport. “Ik begon als freelancer bij de TROS, werkte ook voor AVRO’s Sportpanorama en kon als voetbalverslaggever aan de slag bij Langs de Lijn op Radio 1. Daar zat een prima club mensen. Voetbal was de hoofdmoot, maar ik bewaar ook warme herinneringen aan de Olympische Spelen van 1992.” Een ander hoogtepunt uit die periode: het verzorgen van het radiocommentaar, samen met Jack van Gelder, tijdens de Champions-Leaguefinale tussen Ajax en AC Milan, in 1995 te Wenen. Voor de liefhebber: de toen 18-jarige Patrick Kluivert scoorde als invaller vlak voor tijd de enige en dus winnende treffer.
Een jaar later stapte Arno over naar betaalzender FilmNet-SuperSport, niet veel later Canal Plus geheten. De uitzendingen werden verzorgd door WK Producties, het bedrijf van Kees Jansma. Vermeulen was er ‘head of reporting’ en verzorgde commentaar en voor- en nabeschouwingen bij voetbalwedstrijden in binnen- en buitenland. Altijd met kennis van zaken, nooit als een dolleman schreeuwend in de microfoon. “Als Noord-Hollander ben ik denk ik altijd wel rechttoe-rechtaan geweest in mijn commentaar. Niet omfloerst, soms kort door de bocht. In de loop der jaren zijn de scherpste kantjes er wel af gegaan.”
Geweldig vak
In 2002 probeerde de NOS om hem binnen te halen voor Studio Sport. “Dat kwam niet goed, maar een jaar later vonden we elkaar wel.” Arno werd als chef voetbal de opvolger van Chris van Nijnatten. “Ik heb me 23 jaar lang als een vis in het water gevoeld, als verslaggevers hebben we natuurlijk een geweldig leuk vak. Je mag als commentator duiding geven en je ziet ook nog eens wat van de wereld. Zeker: de voetbalwereld is veranderd en het gedrag van bepaalde perschefs kon me blijven verbazen, maar ik heb mij in de voetballerij altijd op mijn gemak gevoeld.”
Arno heeft ‘het vak’ zien veranderen, “maar boeiend was het altijd en in de basis is het toch altijd hetzelfde gebleven. Je moet nieuws brengen en verslag doen. Vroeger zat je dichter op de spelers en trainers. Als ik Gerald Vanenburg wilde interviewen, maakte je zonder gedoe een afspraak en ging je bij hem thuis langs. Als ik een item bij PSV had gemaakt, vroeg Guus Hiddink me of ik bleef lunchen en schoof je aan in de kantine. In die tijd at collega Dick van Gangelen dagelijks een broodje-bal in het spelershome van Ajax.”
“Nu loop je vaker tegen gesloten deuren aan, maar ik vind de veranderingen niet zo erg. Of collega’s veranderd zijn? Wel in de zin van dat ze prominenter in beeld zijn dan vroeger. Mannen als Sjoerd Mossou en Valentijn Driessen zijn ‘een merk’ geworden. Maar ik kan niet zeggen dat de jongere generatie luier is dan in ‘mijn tijd’. Wat ik ze altijd wel heb willen meegeven is dat het handig is om niet voortdurend achter je computer te zitten. Wil je je onderscheiden, dan moet je naar buiten, communiceren en vooral ook een netwerk zien op te bouwen.”
Compliment
Dat hij zelf ook ‘een merk’ is geworden, door op de zondagavonden aan te schuiven in Studio Voetbal (“Dat dit programma wordt geschrapt, vind ik een verkeerde beslissing”), heeft hem nimmer zwaar op de maag gelegen. “Ik heb het altijd leuk gevonden. Dat je kritiek krijgt, moet je leren accepteren. Voetbalverslaggevers en de mensen van het weer krijgen het meeste commentaar. Ik heb er ook nooit last van gehad dat in andere programma’s vol op de man wordt gespeeld. Ik kan daar goed tegen; ik was er hooguit soms verbaasd over. Ik heb het altijd als een compliment beschouwd dat ze bij VI op maandag over ons spraken. Andersom hebben wij dat nooit gedaan. En je zit niet in dit vak om vrienden te maken. Ik heb in elk geval geen vrienden aan de voetballerij overgehouden en dat is niet erg.”
Als journalist heeft Arno genoten van tientallen wedstrijden, “maar er was veel meer. Wat ik als journalist een zeer interessante periode vond, was de tijd van de Cruijff-revolutie bij Ajax. Dat leverde vrijwel elke dag groot nieuws op. Als journalist werd je daar in meegezogen. Ik had iemand inside bij Ajax die me van alle ontwikkelingen op de hoogte hield. Zo zaten wij met het nieuws voortdurend op de eerste rang.”
Een ander journalistiek hoogtepunt? Arno lacht bij de herinnering. “Die gaat terug naar 1988. Natuurlijk het Europees kampioenschap van Oranje. Onvergetelijk, maar wat voor mij het allermooiste was: een dag of twee na de huldiging hadden we voor AVRO’s Sportpanorama een afspraak met Marco van Basten. Zijn doelpunt in de EK-finale was uitgeroepen tot de mooiste van het jaar. Daarvoor hadden we een prijs bedacht. Ik weet nog dat ik zelf een ghettoblaster had gekocht. Dat ding kostte 180 gulden – die ik trouwens wel heb gedeclareerd, haha. In een leeg Utrecht-stadion hebben we die aan Marco uitgereikt en hij was er als een kind zo blij mee.”
Op het rooster
Als chef zegt Arno nooit voor grote problemen te hebben gestaan. “Er hebben wel moeilijke gesprekken plaatsgevonden, maar dat hoort erbij. Evert ten Napel is heus boos op mij geweest toen hem verteld werd dat een collega het commentaar tijdens een EK-finale zou verzorgen. En ja: er kon maar één Jeroen de WK-finale doen. Maar ik kan je zeggen dat er binnenkort op mijn afscheidsfeestje 24 van de 25 collega’s aanwezig zijn. Alleen Marcella Mesker heeft afgezegd, zij heeft iets van haar tennisclub.”
Dat Arno tijdens dat feestje ‘op het rooster wordt gelegd’ is zonneklaar. Lachend: “Ik heb wel een vermoeden waarmee ik keihard om de oren zal worden geslagen. Dat ik collega’s tijdens een wedstrijd appjes stuurde over dat ze iets hadden gemist of iets moesten zeggen. Ik kan naar waarheid zeggen dat dit de laatste jaren wel minder is geworden.”
En wat zijn vanaf 1 september de plannen? “Dat weet ik nog niet precies. In elk geval gaan mijn vrouw genieten van de vrije weekends en vaker op vakantie. In het najaar willen we naar Berlijn, Kroatië en richting Spanje. Dan zie ik daarna wel wat er op m’n pad komt. Verwacht me in elk geval niet wekelijks meer op een tribune.”